uit Trouw van 26-04-2007.
Een Brit van Jamaicaanse afkomst liep in Brandenburg een dwarslaesie op
na een aanval door neonazis’s. Nu, elf jaar later, wil hij dood.
Op
een bewogen bijeenkomst in Potsdam presenteerde de Brandenburgse
premier Matthias Platzeck maandag de autobiografie van Noel Martin.
„Toen neonazi’s op 16 juni 1996 een steen in zijn auto slingerden en de
bouwvakker uit Mahlow uit de bocht vloog, hebben ze hem het leven
genomen, hoewel ze hem niet doodden”, zei Platzeck in zijn toespraak.
Sinds
die dag was Noel Martin vanaf de hals verlamd. Hij kon niets meer zelf
en was geheel afhankelijk van zijn vriendin Jacqui, die haar lucratieve
baan opgaf om hem te verzorgen. Bijna vier jaar lang deed ze dat. Toen
overleed ze aan kanker. Sindsdien is hij op een heel team van
verzorgers aangewezen.
Noel Martin kon niet bij de
boekpresentatie aanwezig zijn. Hij zond een videoboodschap en zijn
bijna dertigjarige zoon. In een interview dat Die Welt in Birmingham
met hem maakte, antwoordt hij op de vraag of hij de daders heeft
vergeven: „Dat is niet aan mij. Vergeven kan alleen God.” „Denkt u wel
eens aan ze?” „Nee, daarvoor heb ik het te druk.”
Martin ontvangt
van Brandenburg een schadeloosstelling. Met dat geld heeft hij het
’Noel en Jacqueline Martin Fonds’ opgericht. Dat bevordert ontmoetingen
tussen jongeren uit verschillende landen en met verschillende
huidskleuren. Jongeren uit het Brandenburgse dorp Mahlow heeft hij
rondgeleid in het veelkleurige Birmingham.
Zijn vriendin
Jacqueline had hij beloofd dit leven acht jaar vol te houden. Hij heeft
er inmiddels drie jaar bij gedaan. Maar zijn besluit staat nu vast en
alles is geregeld.
Op 23 juli dit jaar, op zijn 48ste
verjaardag, neemt hij afscheid van het leven. Een heel verstandelijk
besluit, zegt Martin, maar mijn verstand is ook het enige dat nog aan
mij functioneert.
Vóór zijn dood heeft hij nog twee dingen
geregeld. Ten eerste dat de huuropbrengsten van zijn comfortabele huis
in Birmingham, besteed zullen worden aan computerprojecten voor
Afrikaanse en Jamaicaanse jongeren. En ten tweede dat er een
autobiografie van hem verschijnt.
Die autobiografie, ’Nenne es:
mein Leben’ (’Noem het mijn leven’), is deze week verschenen bij
uitgeverij Von Loeper. Het boek documenteert met tekst en veel foto’s
het leven van een man die nooit ophield te geloven dat de wereld te
verbeteren valt.
Noel Martin heeft zijn zelfmoord geregeld met de vereniging voor hulp bij
zelfdoding Dignitas. In juli reist hij naar de kliniek van die
vereniging in Zwitserland. In Duitsland is hulp bij zelfdoding een
groot taboe en heeft Dignitas een slechte, haast criminele naam. Het is
daarom verwonderlijk dat in Duitsland op Noel Martins plan voornamelijk
met begrip en respect is gereageerd.
Onverholen steun voor zijn
voornemen krijgt hij van rechts-extreme websites, waar men hem
toeroept: ’Waarom nog tot juli wachten, Noel?’
In zijn eigen
familie- en vriendenkring was het verzet tegen zijn plan groot, zegt
Martin in Die Welt. Maar ook geloofsgenoten konden hem niet vermurwen.
„Ik geloof in God. Maar ik geloof niet dat wij weten wat hij zondig
vindt.”